elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: krabbe

krabbe , krabbe , zelfstandig naamwoord , krepkes , 1. uitgebakken spekblokjes, kaantjes 2. uitgebakken verenvet
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
Krabbe , Krabbe , Crabbe , naam van ‘ene Heerlyckheit in den Dordrechtschen Waert’. In 1795 werd het een zelfstandige gemeente tot de annexatie ervan door Dubbeldam in 1856. Nu vormt de Krabbe de verbinding tussen Dordtse Kil en Oude Maas Afgeleide namen: Crabbehof, Krabbegors, Krabbejanus, Krabbepolder. Zie ook: Louterbloemen
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal