elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lendelam

lendelam , lénjelaam , lénjelaamer, lénjelaamste , lendelam; wankel van meubelstuk e.d. Hae wirk zich lénjelaam: hij werkt veel te hard; ondoelmatig. Dae sjtoul is lénjelaam: die stoel is wankel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
lendelam , linjelaâm , linjelaam , bijvoeglijk naamwoord , linjelame , 1. kreupel 2. wankel; dae stool is linjelaâm – die stoel wiebelt, staat wankel op zijn poten (letterlijk: ‘lam in de lenden’)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal