elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: leps

leps , [flauw] , leps , smakeloos, flauw , Det aete smaaktj leps. Leps beer: verschaald bier.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
leps , leps , bijvoeglijk naamwoord , lepse , flauw, zoutloos, smaakloos (Duits: läppisch)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
leps , leps , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , flauw, smakeloos
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal