elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nabuurlui

nabuurlui , [buurlieden] , naoberlue , buurlieden, meerv. van: naober; zie ald.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
nabuurlui , naoberluu , mannelijk , buren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
nabuurlui , naoberluuj , buren, buurtgenoten
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal