elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: neven

neven , naeve , naast. Hae woont paaf naeve mich: hij woont pal naast mij. Hae haet gėt naeve zich loupe: hij loopt naast zijn schoenen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
neven , neffen , voorzetsel , (Zuidwest-Drenthe) = naast Hij leup neffen de fietse (Ruw), Het lid lig neffen, ...beneffen de panne (Wsv), z. ook neffens, nevens
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
neven , neeve , werkwoord , neef, neefde, geneefd , [Wac] het zoemen van muggen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
neven , neffe , voorzetsel , naast Zie naest
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
neven , nêêve , naast. zie ook “neffe”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
neven , neffe , neven, naast. in de uitdrukking “ij slaog t’r neffe”, “hij is niet goed wijs”. ook nêêve.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
neven , naeve , naast; zie bie ós naeve – zij van hiernaast, de buurvrouw; der naeve kalle – wartaal uitslaan; der naeve zingen – vals zingen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
neven , naeve , voorzetsel , langs, naast
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal