elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: nonnenvot

nonnenvot , nonnevot , zelfstandig naamwoord , nonnevotte , nonnevötje , 1. (letterlijk:) achterwerk van een non 2. een soort gebak (een gefrituurde deegreep, waarvan de uiteinden – vóór het bakken – aan elkaar zijn geknoopt)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal