elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: noodweer

noodweer , noodweer , ’t is noodweer, zegt men ook, doch schertsend, als het drukkend warm is.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
noodweer , nootwaer , onzijdig , nootwaere , noodweer.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
noodweer , noodweer , het , noodweer, als zelfverdediging Hij haandelde uut noodweer (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
noodweer , noodweer , het , noodweer, zeer onstuimig weer Het is buten noodweer, zo keuj het beste maar binnen wèen (Hol), Het is zuk noodweer, een goeie boer stuurt zien hond er niet oet (Hijk), of als grapje ...gien hond zol der zien boer uutsturen (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
noodweer , noodweer , noodweer
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
noodweer , nôôdweer , zelfstandig naamwoord , noodweer
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
noodweer , noodsweer , noodweer (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
noodweer , noeëdwaer , noodweer, slecht weer
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
noodweer , noeëdwiër , noodweer, zelfverdediging
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal