elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: normalist

normalist , normalist , zelfstandig naamwoord , normaliste , normalistje , leerling van een normaalsjoeƫl zie aldaar
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal