elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: olijf

olijf , oliéf , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , oliéve , olyfke , olijf , VB: Ich gebruúk niks aanders es oëlie gemak van oliéve.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
olijf , olf , olief , zelfstandig naamwoord , olieve , oliefke , olijf
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
olijf , olief , zelfstandig naamwoord, mannelijk, vrouwlijk , oliêve , oliefke , olijf
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
olijf , olie~f , olie~ve , olie~fke , olijf
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal