elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ongelooflijk

ongelooflijk , ongeleufelijk , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied) = ondenkbaar, ongelooflijk Dat e zowat döt, is ongeleufelijk (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ongelooflijk , óngeléúfelek , ongelooflijk , Ut ’is óngeléúfelek mér tuun'nie ziek wier liet'tie z'n aojge dur 'n wéfke ooverlèèze. Het is ongelooflijk maar toen hij ziek werd liet hij zich door 'n vrouwtje overlezen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
ongelooflijk , ongeleufelijk , ongeleuflijk , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , ongelooflijk.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
ongelooflijk , óngluiflik , bijvoeglijk naamwoord , óngluiflike , ongelooflijk
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal