elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ongerijmd

ongerijmd , ongeriemp , ongerijmd.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
ongerijmd , ongeriemd , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , ongerijmd.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
ongerijmd , óngerijmdj , ongerijmd (de lange ij blijft bij uitzondering)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
ongerijmd , óngeriemdj , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , ongerijmd, onnaspeurbaar
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal