elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opheffen

opheffen , opheffen , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. optillen (Zuidwest-Drenthe, zuid) As wij nou ies probeert, ouwe het eerst ies an die kaante opheffen kunt en dan an de aandere kaante... (Hol), z. ook (op)tillen, (op)beuren 2. opheffen As der niet meer kinder komt, zal het gemeeintebestuur dizze schooul wel opheffen moouten (Eex), Hij het de boerderaai opheven (Row) 3. ophemelen (Zuidoost-Drents zandgebied) Die kan zien kiender aaid zo opheffen (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opheffen , ophiften , werkwoord , hetz. als hiften
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opheffen , [opheffen] , ophöffe , opheffen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
opheffen , ophöffe , werkwoord , höftj op, höfdje op, opgehöfdj , optillen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
opheffen , ophöffe , ophöffe, zich , werkwoord , höftj op, höfdje op, opgehöfdj , de jurk omhoogtillen; het höfdje zich (het kleid) op – ze tilde haar jurk omhoog
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
opheffen , ophöffe , werkwoord , höftj op, höfdje op, opgehoffe , optillen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal