elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opnaaien

opnaaien , opnèêje , aanhitsen, opjagen, opjutten; op stang jagen. Ik héb ’m éfkes flink opnèêje Ik heb hem even flink op stang gejaagd; D’r opnèêje a/opstangen b/er opslaan.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
opnaaien , ópnaoje , wijsmaken , Ze perbiire'new wél'les wa óp te naoje, mér ge moet’tew daor niks van ôntrèkke. Ze proberen je wel eens wat wijs te maken, maar je moet je daar niets van aantrekken.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
opnaaien , opni’jen , werkwoord , opnaaien
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opnaaien , o(e)pnaoje , opjutten.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
opnaaien , [opjutten] , ópnèèje , opjutten, voor de gek houden, opnaaien
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
opnaaien , [plagen] , opnejje , jennen, plagen, op stang jagen , Doe mós die wichter neet zoea opnejje.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
opnaaien , opnejje , werkwoord , nejtj op, nejdje op, opgenejdj , 1. door een opnaaisel korter maken 2. vastnaaien (een insigne bijvoorbeeld) 3. opjutten ook jage, (op)jense, opzwense
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
opnaaien , opnejje , werkwoord , boos maken, voor de gek houden
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
opnaaien , opnaaje , zwak werkwoord , opnaaje - naajde op - opgenaajd , opjutten, aansporen; Ik ha ze allêen un bietje staon op te naaie.(Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 2, Tilburg 2007); Bosch opnaaie - opjuinen, gek maken; Cornelis Verhoeven: OPNAAIEN (opnèèje) ov. ww - enthousiast maken met de bedoeling te bedriegen of te profiteren (erop nèèje - erop lostimmeren): lot oew èège nie opnèèje; z'n èègen opnèèje - zich opwinden, steeds enthousiaster of bozer worden. Zie ook: opjuinen, opkloten.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal