elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oppakken

oppakken , oppakke , werkwoord , Ook: opruimen, opbergen. | Je moete je spulle beter oppakke.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
oppakken , oppakke , pakde op, haet of is opgepak , optillen; weggaan enz. Pak dich op en maak dich ’t ténk oet: maak dat je wegkomt.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
oppakken , oppakken , sterk, zwak werkwoord, overgankelijk , 1. oppakken, optillen Het lig op de grond, dat moej even oppakken (Sle), Kuj even helpen oppakken? (Anl) 2. arresteren De plietsie het hom oppakt (Eco) 3. opnieuw beginnen Hij har dat wark een zet liggen laoten, mar nou hef e het weer oppakt (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
oppakken , oppakken , werkwoord , 1. oppakken 2. oplazeren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
oppakken , oppakke , oppakke, zich , werkwoord , paktj op, pakdje op, opgepakdj , opstappen, vertrekken, weggaan
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
oppakken , oppakke , werkwoord , paktj op, pakdje op, opgepaktj , oppakken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
oppakken , oppakke , werkwoord , paktj zich op, pakdje zich op, zich opgepaktj , zich -, vertrekken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal