elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oude

oude , oude , voor ouderdom, komt tweemaal voor in een artikel der Keuren van Breda, bij mij in handschrift zijnde van Finantien, quade coopmanschappen en van lijfftochten; zie wijders mijne Proeve van Bredaasch Taaleigen, op Ouder.
Bron: Hoeufft, J.H. (1838), Aanhangsel op de proeve van Bredaasch Taal-Eigen, bevattende ophelderingen van eenige in onbruik zijnde woorden en spreekwijzen, in oude Bredasche stukken voorkomende, Breda.
oude , ollen , olden, ol’n, oln , ouders, en staat voor: ouden; de ollen leven nog = zijne, (of: hare) ouders leven nog, zooveel als: hij bezit eigenlijk nog niets, hij kan nog niet over eigen kapitaal beschikken. Spreekwoord: As de jongen bin groot den mouten dʼ ollen moar dood, eigenlijk zooveel als: als de kinderen groot zijn zouden zij liefst zien dat de ouders plaats voor hen maakten. Vooral met betrekking tot den boerenstand, dus een nijdig boerenspreekwoord. Drentsch ollen, Oostfriesch olden, Noordfriesch ullen, oalern.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
oude , oud , (bijvoeglijk naamwoord) , Zie de wdbb. – Ook als zelfstandig naamwoord – 1) Als aanspraak tot mensen van elke leeftijd, in bet. gelijkstaande met beste, mijn waarde. Daarnaast soms ook ouwe. || Dag, oud. Hoor es, oud. Oud, kom ers hier. Wel, oud, waar kom jij vandaan? Ja, oud, zeg dat wel! Wat zeg jij der van, ouwe? – Ook in verkl. oudje, in het bijzonder tegen kinderen. || Ik zel je wel vinden, oudje; ik heb net ’ezien, dat je kattekwaad daan (deed). Wel, oudje, wet kom jij hier doen? 2) In de uitdr. het oud in het nieuw zitten, van het oude jaar in het nieuwe zitten; zie op nieuw. 3) Als naam van een stuk land te Wormerveer. || Het Oud.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
oude , aûwe , oûwe , m , D’n aûwe vader; beter Hej is wér gâns d’n aûwe Hij is weer helemaal beter; vader Mienen, onzen oûwe Mijn, onze vader.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
oude , ollen , ouders
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
oude , oud , zelfstandig naamwoord de , 1. De oude heer, vader. 2. Aanspreking in de zin van: waarde vriend, mijn beste. | Wat wou je zègge, oud? Zegswijze as ’n oud, als een oud, ervaren iemand, zeer goed, heel erg. | Hai ken werke as ’n oud. Ik sweitte as ’n oud. Prate as ’n oud.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
oude , oud , zelfstandig naamwoord ’t , Het oude, in de zegswijze op ’t oud of, op de vanouds gangbare manier, volgens het oude, bekende recept. | Hai had nag zô beloufd, dat ie gien meer drinke zou, maar ’t ging alweer gauw op ’t oud of. ‘Wat wou je drinke?’ … ‘Doen maar weer op ’t oud of’. – ’t Is altoid ’t oud en ’t zelfd, het is altijd het oude liedje. – Van oud op nuw, van oudjaar op nieuwjaar. | We viere van oud op nuw dut jaar weerders thuis.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
oude , oalen , ’n oalen: vader.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
oude , aolde , de , aolden , Voor var. z. aold = 1. vader, de baas Daor kan de aolde wal drokte met kriegen (Bor), Wat zeg ie, oldegien (Die), Mien aoldegie, hoe giet het? (Bei) 2. (mv.) oude mensen Daor bint allend nog een paar olden in hoes (Wsv), ...in de keet (Bco), ...een paar aoldegies in hoes (Sle) 3. (mv.) ouders Dat kuj de aolden nich andoun (Bov) *Zo de olden zingen, piepen de jongen (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
oude , oolde , zelfstandig naamwoord , de 1. oudeheer, vader, echtgenoot 2. (mv.) ouders 3. persoon zoals hij/zij vroeger was
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
oude , ouwe , zelfstandig naamwoord , 1. oude Ik bin weer d’n ouwe 2. tegenslag Daer zel die nog wellis een ouwe mee vange Daarmee zal hij nog wel een tegenslag oplopen; Je zelder een ouwe mee vange Het zal je bijzonder tegenvallen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
oude , awwe , zelfstandig naamwoord , - , - , volleerd , wie 'nnen awwe Zw: Fraans kalle wie 'nnen awwe.; oud Zw: (gemeenzaam) d'n awwe: vader Zw: d'n awwe: no 90 bij het kienspel Zw: Fraans (Dûits enz.) kalle wie 'nnen awwe: vloeiend; awwe; kienspel (no. (90 in het kienspel) d'n awwe VB: Nömmer 90 wörd bié 't kinne d'n awwe geneump ömdat dat 't hoegste nömmer ês. Nömmer 11 wörd de gek geneump.; vader (gemeenzaam) awwe VB: D'n awwe van mich ês noé al viéfentachtig en nog zoe gezoond wie 'nne vêsj.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
oude , [oude man] , aoje , (mannelijk) , een oude, een oude man , Daen aoje.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
oude , [oude vrouw] , aoj , (vrouwelijk) , platte uitdrukking voor oude vrouw , Die aoj van hienaeve.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
oude , zuëter , oude, verpieterde koffie
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
oude , aoj , bijvoeglijk naamwoord , aoje; aojer, aodst , oud
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
oude , aoje , zelfstandig naamwoord, mannelijk , d'n -, vader, 'nen -, oude man
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
oude , aoj , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , 'n -, oude vrouw
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
oude , ouwe , van ’t ouwe en ’t eige, het is als vanouds; er is niets veranderd; het gaat nog steeds hetzelfde (‘gangetje’)
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal