elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: overkant

overkant , [overkants, schuins] , overkant , overkants, schuins.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
overkant , euverkanjt , mannelijk , euverkènj , overkant.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
overkant , oaverkaante , overkant.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
overkant , overkaant , de , overkant Hij woont an de overkante van het knaol (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
overkant , overkaante , zelfstandig naamwoord , en var. de; overkant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
overkant , overekant , zelfstandig naamwoord , overkant Hij komp van d’n overekant Zie overe Ook overse
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
overkant , aoverkante , (zelfstandig naamwoord) , overkant. Zie ook: aoverziede.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
overkant , overkaant , overkant
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
overkant , ginnekant , overkant , ’t Sportpark is èn ginnekant. Het sportpark is aan de overkant.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
overkant , uëverkanjtj , zelfstandig naamwoord , uëverkenj , uëverkenjtje , overkant ook genekanjtj
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
overkant , oeëverkânt , overkântj, overkânt , zelfstandig naamwoord, mannelijk , oeëverkânte/overkânt(j)e , eerste vorm Weerts (stadweerts); tweede vorm Nederweerts, Ospels; derde vorm Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); overkant
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
overkant , ooverkaant , zelfstandig naamwoord , overkant
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal