elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ozeltje

ozeltje , euzelke , en schriëpel vrouwke. (WLD III 1.4, 29)
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
ozeltje , [armoedig meisje] , euzelke , (onzijdig) , euzelkes , klein armoedig ongezond uitziend meisje of vrouw , Waat ein euzelke!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ozeltje , özelke , zelfstandig naamwoord , özelke , armoedig, mieserig, ellendig, kouwelijk vrouwtje/kind
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
ozeltje , euzelke , euzelkes , (verkleinwoord) vrouwtje, onnozel/simpel
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal