elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pannenschob

pannenschob , pannesjop , mannelijk , pannesjöp , pannenbakkerij, pannenfabriek.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
pannenschob , [pannenfabriek] , pannesjop , (mannelijk) , pannenbakkerij, pannenfabriek, zie ook pannefabriek , Oppe pannesjop wirke.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
pannenschob , pannesjop , zelfstandig naamwoord , pannesjöp , pannesjöpke , overdekte stelling waaronder de gebakken stenen en pannen van een steen- en pannenfabriek worden opgeslagen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
pannenschob , panneschop , zelfstandig naamwoord, mannelijk , panneschöp , pannenbakkerij, schuur, open
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal