elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: papillot

papillot , poaterjotten , verbastering van: papillotten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
papillot , papiljotten , papillotten , papierreepjes om het haar te krullen
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
papillot , paveljótjes , zelfstandig naamwoord meervoud , Dialectische variant van papillotjes.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
papillot , paviejotje , zelfstandig naamwoord , haarstrikje, krulspeld (West-Brabant; Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
papillot , paveljot , zelfstandig naamwoord , paveljotte , paveljotje , ingedraaide krulspeld (Frans: papillote)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
papillot , paveljòt , paviejòt , zelfstandig naamwoord , De Wijs – M’n paviejotten zet ik aaltij in mee kraante papier, de gaoget biste (04-07-1969; Cees Robben – Dan draait er ons Tooke van kraantepapier/ Heel veul paviejotten (19700116) [krantenpapier werd gebruikt om krulspelden te vervangen]; Henk van Rijen (1998): krullapje (lapje stof waarom het haar wordt gewonden en dan wordt vastgeknoopt); WBD III.1.3:276 'papillotje' = pijpenkrul; ook: 'papillot'; Reelick, Bosch Woordenboek (1993):  paviljotte - papillotten (Fr. papillot): opgerolde papiertjes waaromheen men het natte haar draaide om het te laten krullen. WNT PAPILLOT - stuk papier dat in het hoofdhaar gedraaid wordt om dit te doen krullen.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal