elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: poppenstront

poppenstront , poppestront , (pòppǝstrònt) , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , In de uitdr. poppestront maken, nodeloze drukte hebben, uitdouwing hebben. || Maak maar zoveul poppestront niet. – Hij is zo fijn as gemalen poppestront, hij is zeer fijn, ragfijn, streng rechtzinnig (in het geloof).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
poppenstront , poppestront , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze zô foin as gemalen poppestront, zie foin. – Je benne toch niet van poppestront, je bent toch niet van was, je kunt toch wel een stootje velen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
poppenstront , póppesjtrónjt , mannelijk , Zoo fien wie póppesjtrónjt: huichelachtig; fijn doen. Dat sjmiljt dich in de mónjt wie póppesjtrónjt: dat is heerlijk zacht.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
poppenstront , poppestront , (Zuidwest-Drenthe, noord), in Hij is zo fiene as poppestront zwaar gereformeerd (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
poppenstront , poppestront , zelfstandig naamwoord , de; poep van een baby
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
poppenstront , poppestront , zelfstandig naamwoord , verdacht spul ’t Lekent wel poppestront Het leek verdacht spul; Zôô fijn as gemaole poppestront Zeer streng in de leer, het toppunt van rechtzinnigheid
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
poppenstront , pôppesjtroont , zelfstandig naamwoord , poeslief , zoe fién wie pôppesjtroont Zw: 'r Dèit zoe fién wie pôppesjtroont meh 'r menk 'r niks van
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
poppenstront , [overdreven vriendelijkheid] , póppestróntj , (mannelijk) , overdreven vriendelijkheid , Det is nog lang geine póppestróntj: dat is niet niks. Zoea fien wie póppestróntj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
poppenstront , póppestrónjtj , nodeloze/kouwe drukte
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
poppenstront , póppestrôntj , póppestroont , zelfstandig naamwoord, mannelijk , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); slijmbal
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
poppenstront , poppestront , lui zijn as poppestront in ’n dichte vergiet, erg lui zijn
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
poppenstront , poppestront , zelfstandig naamwoord , GG poppenpoep (denkbeeldig); zo fèèn as gemaole poppestront - heel erg fijn (in religieus opzicht)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal