elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schoften

schoften , skofte , werkwoord , Onbeschofte geluiden produceren, onbeschoft eten, zich onbeschoft gedragen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schoften , sjófte , werkwoord , sjófde, haet gesjóf , hard werken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schoften , sjófte , werkwoord , sjófde, haet gesjóf , zwijgen; niet doen; oppassen, stilhouden (bargoens).
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schoften , sjoefte , werkwoord , sjoeftj, sjoeftjdje, gesjoefdj , hard werken (Duits: schuften) ook kraoze, moeëre, poeëke, poejakke, sjroeve, wolve
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal