elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schok

schok , schok , "hoop, tas, stapel; weinig in gebruik. Het werkwoord schokken als zoodanig onbekend."
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
schok , schòk , (mannelijk) , schòkke , schokke.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
schok , schòk , (onzijdig) , zestigtal.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
schok , schok , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Meestal in de samenst. rietschok. Rietplag, afgestoken stuk riet. De rietschokken worden gedroogd en voor brandstof gebruikt. – Het woord is eveneens in W.-Friesl. bekend. Vroeger was schok daar ook de benaming der rechthoekig afgespitte stukken gedroogde koemest, die men bij wijze van turf gebruikte. Vgl. het volgende aan HADR. JUNlUS ontleende artikel van KIL.: “schocke, Fri. Holl. j. schitte. Cespes stercorarius: cespitis genus in tessellas conformatum fimo bibulo constans, interspersis straminis, arundinum, foeni quisquilliis, ad solem aestivum excocto”. Thans is, naar het schijnt, het branden van koemest verouderd, doch in de vorige eeuw gold deze betekenis van schok nog hier en daar. Vgl.: “Koemest wordt op sommige Dorpen in Noord-Holland als Hauwert, Oost- en Midwoud enz. voor of in plaats van Turf gebruykt. Men noemt ze Schokken, ook wel Dompen. Dezelve worden des Winters op een Beld by laagen, ongevaar 3 of 4 vingerbreet dik, met stroo tusschen beyden gelegt, ter hoogte van een Manslengte, en vervolgens met een bovenlast van mest ... gedekt. Deze Schokkebelten zijn langwerpig vierkant. (Men spit ze als turf en legt ze aan torentjes om te drogen) Schokkelooden genaamt”, Advers. Oostwoud, f° 244 (einde 18de e.).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schok , skokke , zelfstandig naamwoord meervoud , Rechthoekig afgespitte stukken gedroogde koemest vermengd met stro, voorheen wel als brandstof gebruikt (o.a. te Hauwert en Oostwoud). Een oud gezegde luidde: stro op stront en stront op stro loit op de kolk te branden. Vgl. voorts de spotnaam Hauwerter skokke voor de bewoners van Hauwert. Zie het N.E.W. onder schok-4.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schok , schok , de , schokken , schok Het was een hiele schok, toen wij dat bericht kregen (Sle), Van het elektrisch kriej een schok (Pdh), Hij kreeg een beste schok van het schrikdraod (Eel), Ik wuir met een schok wakker (Erf), Ik vuulde een schok en toen was het over (Nije), Wat zat daor een groot gat. Ik krege toch een schok! (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schok , skok , schok
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schok , schok , zelfstandig naamwoord , de 1. stoot, ruk, bons, plotselinge werking 2. effect van een electrische stroomstoot 3. schokkende gebeurtenis
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schok , sjôk , zjôk , zelfstandig naamwoord mannelijk , sjôkke , sjukske , schok , VB: Mêt 'nne sjök sjtoûng de ker sjtel.; zjôk
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
schok , skok , (zelfstandig naamwoord) , skökkien , schok.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schok , zjoek , (mannelijk) , schok
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schok , sjok , zelfstandig naamwoord , sjokke , sjökske , schok
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
schok , schoek , schok
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal