elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schrankelaar

schrankelaar , [persoon die slecht ter been is] , sjrankelieër , (mannelijk) , sjrankelieëre , sjrankelieërke , iemand die slecht ter been is; iemand die zich onhandig beweegt bijvoorbeeld met dansen of voetballen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schrankelaar , sjrankeliër , zelfstandig naamwoord , sjrankeliërs , sjrankeliërke , 1. iemand die steeds op zijn stoel heen en weer schuift 2, iemand die moeizaam loopt ook sjrankelvot
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal