elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schrapnel

schrapnel , sjrapnel , vrouwelijk , sjrapnelle , schrapnel; schraapster.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schrapnel , sjrapnel , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , sjrapnelle , - , granaatkartets , VB: 'n sjrapnel ês 'n bûis oe e gaans dèil afzeunderlikke kuügel ién zitte.; vrouw (magere, lelijke vrouw); sjrapnel
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
schrapnel , skrapnèl , zelfstandig naamwoord , lelijke vrouw (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
schrapnel , [slordige vrouw] , sjrapnel , (vrouwelijk) , 1. slordige vrouw, gekscherend: ondeugend meisje 2. soort granaat
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schrapnel , sjrapnel , zelfstandig naamwoord , sjrapnels , sjrapnelke , 1. granaat (kartets) 2. onaantrekkelijke, lelijke vrouw (Duits: Schrapnell)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal