elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schrift

schrift , schrift , (vrouwelijk) , schrift.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
Schrift , skrif , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , H. Schrift
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
schrift , sjrif , onzijdig , sjrifter , sjrifke , schrift of cahier. Voor “schrift” zie: “gesjrifs”.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schrift , schrift , het , schriften , 1. schrift Zie schref schriften vol over vrouger (Gie), (fig.) Hie hef nog een schoon schrift blanco strafregister (Sle) 2. handschrift Ik kan an het schrift wel zien, dat hij dat eschreven hef (Ruw) 3. papier Hij hef hielwat op schrift ezet (Dwi), Het steit op schrift, nou kan der neit meer an tornd worden (Eev), Zoiets moej op schrift zetten, anders giet het verleuren (Klv) 4. de bijbel De domeneer kan mij nog meer vertellen, maor dat is niet naor de Schrift (Eli), Het stiet in de Heilige Schrift (Eri)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schrift , skrift , 1. handschrift; 2. schrift om in te schrijven
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
schrift , schrif , schrift.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
Schrift , Schrift , zelfstandig naamwoord , de, in de Schrift de bijbel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schrift , schrift , zelfstandig naamwoord , et 1. karakteristieke wijze van schrijven, handschrift 2. wat geschreven is, in op schrift 3. lettertype 4. schoolschrift, cahier 5. in in de schriften in de bijbel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
schrift , sjrif , zelfstandig naamwoord onzijdig , sjrifte , sjrifke , schrift , VB: Dat hèt me pa gesjriëve, ich zeen 't aon 't sjrif. VB: Bié 't begên van 't noûw sjaoljaor heb ich de keender get noûw sjrifte gegoüwe.; handschrift sjrif VB: Ich zeen aon 't sjrif dat dè breef van hëum ês.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
schrift , skrift , (zelfstandig naamwoord) , schrift.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
schrift , sjrif , sjrift , (onzijdig) , sjrifte , sjrif(t)je , schrift
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schrift , sjrift , zelfstandig naamwoord , sjrifte , sjriftje , schrift
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal