elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schrikkelijk

schrikkelijk , skrikkelek , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , Variant van verschrikkelijk. | ’t Is skrikkelek duur.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schrikkelijk , sjrikkelik , bijvoeglijk naamwoord , sjrikkelikker, sjrikkelikste , schrikkelijk.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
schrikkelijk , [verschrikkelijk] , sjrikkelik , sjrikkeliker, sjrikkelikst , verschrikkelijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
schrikkelijk , sjrikkelik , bijvoeglijk naamwoord , sjrikkelike , verschrikkelijk ook versjrikkelik
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
schrikkelijk , schrikkelik , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , verschrikkelijk
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
schrikkelijk , schrikkelek , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Jan Jaansen - Oome Teun liep hals over kop naor den Heikant om 't schrikkelijk nuuws te vertellen... (uit: De nuuwe dokter, Vertelselke uit de mobilisatietijd van 1914; Nieuwe Tilburgsche Courant, 1940); verschrikkelijk; Piet Heerkens - Och, kos ik eiges mar gaon, want gij,/ ge bent zoo'nen dommen Hannes,/ zo schrikkelijk dom, zooas er hier/ in Baokel geenen eene man is! (uit: ‘Hannes Kaokel, van baokel’, in: Vertesselkes, 1941)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal