elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: splinter

splinter , splitter , [weinig gebruikelijk] splinter, kleinigheid.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
splinter , splitter , (mannelijk) , splinter, kleinigheid.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
splinter , spleenter , mannelijk , splinter
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
splinter , sjplinter , mannelijk , sjplintesj , sjplinterke , splinter; ronde of wigvormig ijzeren staaf voor het borgen van een grendel.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
splinter , splinter , de , splinters , schilfer, splinter Hij kreeg een splinter ien de doem (Die), De splinters vleugen der of (Sle), (-) en die splinter van een tel redt ze beide het leven fractie van een seconde (ov), (fig.) Ik wil nog even naor de ontvanger [wc], want ik heb een splinter ien de rogge (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
splinter , splinter , de , veenlaag onder het bolster en boven het zwartveen (Bco) Splinter is hetzölfde as harde grauwe (Bov), Onder het bonksel zit de splinterlaoge. Daoronder zit scharpveen veur scharpe törf. Het is een vale kleur törf; gien zwarte en gien blauwe törf (Geb), Splinter (-) As ze graven worden, bennen ze even groot as zwarte törf en as ze dreuge waren, dan waren ze veul smaller en korter; het was het fijnste, wat er was. Ze waren lichter van kleur (Klv), Splinter zit vlak onder de bolster; er wordt gien törf van graven. Het ging naor de underkoele (Scho), Splinter, enkel ok wel iezermannegies nuimd (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
splinter , splijnter , splinter. d’r zit unne splijnter in munnen duim, ik heb een splinter in mijn duim.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
splinter , splinter , splinter
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
splinter , sjpleenter , zelfstandig naamwoord mannelijk , sjpleenters , sjpleenterke , splinter , VB: Mêt de sjteul te sjore heb ich 'nne sjpleenter ién m'nnen doûm krège.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
splinter , sprintel , splinter (Putten).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
splinter , splintjer , (mannelijk) , splintjers , splintjerke , splinter , Ich höb eine splintjer in miene doem.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
splinter , splinjtjer , zelfstandig naamwoord , splinjtjers , splinjtjerke , splinter; ich höb eine splinjtjer inne rök – ik moet naar de wc
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
splinter , splîntjer , zelfstandig naamwoord, mannelijk , splîntjers , splîntjerke , splinter
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal