elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: sprenkel

sprenkel , sprinkel , sprenkel , zelfstandig naamwoord de , Langwerpige val of klem voor hazen, konijnen, bunzings e.d. Het woord is een afleiding van springen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
sprenkel , sprenkel , opspattende druppel (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
sprenkel , sprinkel , zelfstandig naamwoord , sprinkels , sprinkelke , spetter, spat
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal