elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stemmen

stemmen , stemmen , druk praten.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
stemmen , stemmen , voor: tegenhouden, stuiten, stremmen, van de ontlasting; men zegt o.a. dat suiker, oud wittebrood, enz. stemt. Oostfriesch, Hoogduitsch stemmen = tegenhouden, afweren, stuiten, stoppen, enz.; Oud-Hoogduitsch, Middel-Hoogduitsch stemen (= tegenhouden), stemmen (tot staan brengen); Kil. stemmen, stimmen (vet.) = vastmaken, enz.; Oud-Engelsch stemmen, Engelsch to stem, Oud-Noorsch stemma (stoppen), waarvan ook: stam, stemmig, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stemmen , stemmen , aan eene verkiezing deelnemen; hei ook stemd? ik goa hen te stemmen; wie mouten ’n dioak stemmen; wel wil ie stemmen? Ook = stemming, verkiezing: hij het ’t recht van stemmen; overeenstemmen, dezelfde uitkomsten opleveren, bv. van twee verschillende berekeningen of van staten waarvan het eindcijfer gelijk moet zijn. Oostfriesch, Westfaalsch stemmen, Hoogduitsch stimmen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stemmen , sjtèmme , werkwoord , sjtèmde, haet of is gesjtèmp , met beitel sleuven in hout kappen b.v. voor pen- en gatverbinding.; sjtèmme gewichtheffen, drukken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
stemmen , sjtömme , werkwoord , sjtömde, haet of is gesjtömp , stemmen, zijn stem uitbrengen; muziekinstrument stemmen; overeenstemmen, kloppen. Dat sjtömp gaaroet neit: daar klopt helemaal mets van.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
stemmen , stemmen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. stemmen bij verkiezingen Wai stemmen veur de gemeeinteraod (Nor), Wij moet in het dörpshoes stemmen (Gas) 2. op toon brengen van orgel of piano Hij kan dat örgel goud stemmen (Pei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stemmen , stemmen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. tegenhouden, afremmen (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe) Aj an de dunne bint, moej een beschuut met kaniel eten, dat stemt (Bor) 2. voedzaam zijn (Zuidwest-Drenthe, zuid) Eet niet zoeveule van die bonen, want ze stemt zijn voedzaam, je hebt er gauw genoeg van (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
stemmen , stemmen , werkwoord , stemmen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stemmen , sjtömme , werkwoord , sjtömde, gesjtömp , stemmen , VB: Gemeenlik wörd ién Hollend op Goonstig gesjtömp.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
stemmen , stumme , stumtj, stumdje, gestumdj , 1. stemmen van muziekinstrument 2. stemmen, zijn stem uitbrengen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
stemmen , stumme , werkwoord , stumtj, stumdje, gestumdj , stemmen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
stemmen , stèmme , zwak werkwoord , "Van Delft - ""Er werd nogal hard gestemd"" betekent: Er werd luid gesproken. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
stemmen , stumme , stumde – gestump , stemmen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal