elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: straatvarken

straatvarken , straotvèèreke , zelfstandig naamwoord , straatvlegel. De samensteller van dit geschrift was in zijn jeugd ’n echt straotvèèreke.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
straatvarken , [straatjongen] , straotverke , (onzijdig) , straatjongen, zie ook straotjónk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
straatvarken , straotvérke , zelfstandig naamwoord , straotvérkes , straotvérkske , straatjongen
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
straatvarken , straotvêrke , zelfstandig naamwoord, onzijdig , straotvêrkes , straotvêrkske , straatjeugd
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal