elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: suikerklontje

suikerklontje , sukerkleûntje , m , suikerklontje.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
suikerklontje , suukkerkluntje , klontje suiker.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
suikerklontje , sukerkluntie , suikerklontje.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
suikerklontje , sukerklontien , zelfstandig naamwoord , et; suikerklontje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
suikerklontje , sôkkerklötsje , zelfstandig naamwoord onzijdig , sôkkerklötsjes , - , suikerklontje , VB: Ich heb noets sôkkerklötsjes ién hoés, altiéd gewoene sôkker.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
suikerklontje , sukerkluntien , (zelfstandig naamwoord) , suikerklontje.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
suikerklontje , suikerklùntje , suikerklontje
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
suikerklontje , sukerklöntjen , sukerknölletjen , liefkozende benaming.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
suikerklontje , [suikerklontje] , sókkerkluntje , (onzijdig) , suikerklontje
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
suikerklontje , sókkerklunjtje , zelfstandig naamwoord , sókkerklunjtjes , suikerklontje
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal