elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aan zijn

aan zijn , [uitgeput zijn; klaar zijn] , an wezen , 1. uitgeput wezen; 2. klaar wezen (Oldebroek, Wezep).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
aan zijn , aan zeên , werkwoord , is aan, waas aan, aan gewaesjtj , doodop zijn
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
aan zijn , aan' zeen , werkwoord , és aan, woeër/woor/waas aan, aan gewaesj , verkering hebben, gekleed zijn
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal