elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanpongelen

aanpongelen , [aanklungelen] , aanpĆ³ngele , 1. aanklungelen 2. gauw kleren aantrekken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
aanpongelen , aanpongele , aanpoongele , werkwoord , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); kleden, smakeloos , prutsen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeƫ Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal