elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bakbeest

bakbeest , bakbeest , (onzijdig) , bakbeesten , zwaar, lomp stuk hout of steen, monsterdier. Het is een bakbeest, een groot zwaar beest.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
bakbeest , bakbijst , (bakbeest); werktuig, in zijne soort buitengewoon groot, zwaar, lomp en daardoor moeilijk te hanteeren; ’n bakbijst van ’n woagen, toavel, kast, kachel, tange, schōp, enz. Oostfriesch bakbêst = groot, lomp dier of eenig ander voorwerp. – bakbeest, eig. een lastdier, fig. een scheldwoord waarmede men een grof, lomp vrouwspersoon aanduidt, die alleen tot zwaren arbeid geschikt is. – In Noord-Holland begint het woord te verouderen; v. Dale: bakbeest = log, lomp gevaarte; v. Lennep bakbeest = bijnaam, dien men aan zware ankers geeft. Bij Bredero (Moortje) komt voor: “Dat groote back-beest, dat verlaan was met ses hondert Spaenjaerden, was terstont vervoert en gheplondert, Gepluystert en geplockt van gelt en kostlijckheen, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bakbeest , bakbees , onzijdig , bakbeeste , bakbeesjke , bakbeest, lomp zwaar ding, huis e.d.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bakbeest , bakbiest , het , bakbeest, groot voorwerp, persoon of dier Wat een bakbiest van een kerel (Pdh), ...van een emmer (Sle), ...van een snouk (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bakbeest , bakbîêst , (Kamperveen) iets dat groot is in zijn soort
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bakbeest , bakbies , bakbeest. ’t Zal der veurholn um dat bakbies van ’n stoomkèètel op de waegn te kriegn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bakbeest , bakbeest , bakbiest , zelfstandig naamwoord , et; groot, zwaar, lomp exemplaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bakbeest , bakbieës , bakbieëst , (vrouwelijk) , bakbeest, lomp zwaar voorwerp
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bakbeest , bakbieëst , zelfstandig naamwoord, onzijdig , bakbieëste , voorwerp, groot, voorwerp, lomp/zwaar
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal