elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beddenzeiker

beddenzeiker , bèddezeiker , zelfstandig naamwoord , bèddezeikers , bèddezeikerke , 1. bedplasser 2. pissebed, keldermot (Oniscus asellus)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
beddenzeiker , bèddezeiker , béddezeiker , zelfstandig naamwoord, mannelijk , bèddezeîkers/béddezeîkers , bèddezeîkerke/béddezeîkerke , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); bangerik, bedplasser
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal