elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beiden

beiden , gebeyden , of gebeiden, voor beiden, verbeiden, vindt men in de Keuren van Breda, bij mij in handschrift berustende, onder het artikel van des Pastoors Rechten: “maar komt een gedege lyk na hooge misse so salt gebeyden tot des anderen daags.” gedege lyck is hier zoo veel als degelijk, dat is volwassen, lijk, in onderscheiding van een kinderlijk.
Bron: Hoeufft, J.H. (1838), Aanhangsel op de proeve van Bredaasch Taal-Eigen, bevattende ophelderingen van eenige in onbruik zijnde woorden en spreekwijzen, in oude Bredasche stukken voorkomende, Breda.
beiden , gebeiden , voor alle beiden. Zoo zegt men ook gebroers, geneven, genichten, enz.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
beiden , ebeid , beun , gewacht; he hef effen ebeid = hij heeft eventjes gewacht. Van: beiden = wachten, toeven.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
beiden , beie , beide, haet gebeit , wachten.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
beiden , baaje , telwoord , beiden. Eênvanbaaje een van beiden. Ginvanbaaje geen van beiden.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
beiden , beiden , zwak werkwoord, onovergankelijk , (wm) = wachten Hie hef effen ebeid
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
beiden , bejje , werkwoord , bejde, gebejd , wachten , (mnl. 'byen') (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beiden , beî-je , telwoord , beiden
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal