elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beschaamd

beschaamd , [met schaamte] , beschaamd , beschamend (1900).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
beschaamd , besjaemp , besjaempder, besjaempste , beschaamd.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
beschaamd , besjèmp , bijvoeglijk naamwoord , beschaamd , VB: besjèmp loorde hër ze ma aon wie ze 'm getrappeerd haw mêt géld pikke oét de bëurs. Zw: 'nne besjèmp mäoke: iemand in verlegenheid brengen.; bleu besjèmp; verlegen besjèmp (besjèmder, 't besjèmste) VB: Bis te neet besjèmp vuur zoe debié te loüpe? Zw: 'nne besjèmp mäoke: iemand in verlegenheid brengen.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
beschaamd , beschámd , tot schande, beschaamd , Iemes beschámd mâke. Iemand te schande maken.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
beschaamd , besjimmeld , beschaamd, verlegen (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
beschaamd , besjaamdj , beschaamd
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
beschaamd , beschieëmdj , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Nederweerts, Ospels) beschaamd
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
beschaamd , beschòmd , stoffelijk bijvoeglijk naamwoord , beschaamd; WBD III.1.4:70 'beschaamd' = schuchter; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): BESCHAAMD (uitspr.: beschamt, beschaomt, beschomt) - schaamrood, Fr. honteux, confus. Beschaamd om, veur, over .- Verlegen, bloode, bedeesd.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal