elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: biljart

biljart , biljer , zelfstandig naamwoord mannelijk , biljere , biljerke , biljart , (klemtoon op eerste lettergreep) VB: Hèt mich toch zoe 'nnen haampelemaan doer 't läoke van de biljer gesjtoete.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
biljart , biljaar , (mannelijk) , biljaars , biljaerke , biljart
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
biljart , biljaar , zelfstandig naamwoord , biljare , biljaerke , biljart
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
biljart , biljaar , zelfstandig naamwoord, mannelijk , biljaars , biljart
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
biljart , beljèrt , biljèrt , zelfstandig naamwoord , biljarttafel; verbastering van fr. 'billard'; Kees & Bart (krantenrubriek 1922-193?): biljert; R.J. Drik Heeren heej en biljèrt; Cees Robben: et biljèrt is nie wèèrm; De Wijs – jè jè, ’t biljert is nie wèrm, de ballen zèn nie rond, de keu is te glad…  (17-08-1964); Cees Robben: biljèrten is tòch en schôon spèl; As gij van de beljèrtklub komt... (Lechim; ps. v.  Michel van de Ven; ongedateerd knipsel 1960-1980; uit: Et stonk in Schiedam...); WBD biljartlaoke/ biljèrtlaoke (II:898) – biljartlaken .A.P. de Bont, Dialect v. Kempenland (1958): biljèrt zelfst. nw. vr. en (minder vaak) m. - biljart
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal