elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: flats

flats , flats , koeienflater Héj traoj in ’ne vorse koejeflatsHij trapte in een verse koeienflater; natte plak; oorvijg Ik zal ’m ’s ’n goei flats verkope. Ik geef hem een flinke oorvijg. [klap met de vlakke hand]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
flats , flats , koeienvla.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
flats , flats , klap , Moet'te 'n flats teege’new órre hébbe, ge vraogt ur 'um is't nie, daolek kréd'der iin. Moet je 'n klap tegen je oren hebben, je vraagt erom is 't niet, dadelijk krijg je er een.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
flats , flats , flatsig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , niet vers en stevig meer (vooral m.b.t. vlees, groente)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
flats , flats , zelfstandig naamwoord mannelijk , flatse, fletse , fletske , kwak , flats VB: Gëf mich nog 'nne flats pudding op m'nnen teleur.; vrouw (domme vrouw); flats; fletske brijachtige ( brijachtige substantie) fletske Zw:. E gezich hebbe wie e fletske kies: doodsbleek zijn
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
flats , flats , koeienvlaai
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
flats , flats , zelfstandig naamwoord , klap, slag (Eindhoven en Kempenland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
flats , flats , zelfstandig naamwoord , koeienvlaai (Den Bosch en Meierij; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
flats , flats , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , flatse , draai om de oren, flater (fout), flater (koeien-), klap
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
flats , flaats , boem
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal