elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fluitkaas

fluitkaas , fluitkees , mannelijk , fluitkeeze , kaas, gemaakt van “fluitert”, zie daar
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
fluitkaas , fluetkies , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , kwark
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
fluitkaas , fluitekiës , wrongel; melkproduct, bereid uit dik geworden ondermelk en karnemelk, geen eigenlijke kaas ook fluiterd, hangkiës
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
fluitkaas , fluitkieës , zelfstandig naamwoord, mannelijk , fluitkaas, hang-op
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal