elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fotsen

fotsen , fótsje , fótsjde, haet of is gefótsj/fósjde, haet of is gefósj , karnen met “bootersjtang” (zie daar).; fósje knoeien, bedriegen. Dat fósje van dem kén ich allang, dae verkop dich ’nen houp sjtrónjt in ein tuut: die bedriegt je op een verschrikkelijke manier.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
fotsen , fossen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. in elkaar kruipen van stoffen of garens Wat rot stof umme te neien, het fost alle kaanten op (Nam), Die jurk van die vrouw is roeg mokt, het hef hier en daor nogal wat fost met het neien (And) 2. slordig zitten De kleren fost heur allemaol um ’t lief (Bei), Jan har een brook van zien breur an, mor hij was wal wat an de grote kaante, want het foste der allemaol um (Hijk) 3. in plukken of warrige bossen schuiven Die meimesien wil niet, die fost (Dwi), Het wil under het meien nog wal ies bij mekaar fossen (Emm), As het gras in dwarrels lag, kuj het haost niet maaien, dan fosde het zo slim (Eev), Het kombaain wil niet best, het koren fost aal veur het mesien an (Gas) 4. frommelen (Midden-Drenthe) Wat hej daor toch te fossen (Bei), Dat neeiwaark is niet netties, het is mor gauw wat bij mekaer efost (Die), zie ook fosseln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fotsen , fotsen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = in of aan elkaar prutsen, z. ook bij fosseln en fossen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fotsen , fôtsje , werkwoord , fôtsjde, gefôtsj , bedriegen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
fotsen , fotse , ketsen (biljartterm) , das dn derde kjeer al da ge fotst = dat is al de derde keer dat de afstoot ketst-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
fotsen , fotse , werkwoord , ketsen (biljartsport) (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
fotsen , fótse , werkwoord , fótsj, fótszje, gefótsj , bedriegen, knoeien
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
fotsen , fòtse , zwak werkwoord , Cees Robben – Hier maokten ze aaier... en fôtsten ze vlot.. (19571221); Frans Verbunt: (biljartterm) ketsen, als de keu niet op tijd gekrijt is
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal