elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fotskont

fotskont , foskont , de , (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. slordige vrouw Dennend? Een foskont van een vrouw; het is der zo voel? (Eex) 2. traag persoon (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) 3. schoof van slechte kwaliteit (Midden-Drenthe) Van legerige koren kreeg je ook foskonten van bossen (Dro), Der waren weinig foskonten bij (Gro), zie ook foshak
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fotskont , fótskôntj , fótskoónt , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , fótskôntje/fótskoonte , fótskûntje , eerste vorm Nederweerts, Ospels; tweede vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); vrouw, slecht verzorgde
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal