elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: frak

frak , frak , mannelijk , frėk , frak, zie ook: sjluppejas.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
frak , frak , jas , Ut deej me dugd dé die van óns ne férme frak gekócht hôj óp Irselmért. Het deed me deugd dat mijn vrouw een mooie jas gekocht had op de markt in Eersel.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
frak , frok , zelfstandig naamwoord , frokke , frokkie , borstrok, hemdrok; frokkie overhemd Zie ook schubbejak
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
frak , frak , p jas.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
frak , frak , frakske , jas , de frakke hienge vruger nie aon unne kapstok, mar aon d’n aachterkaant van de mosdeur = de jassen hingen vroeger niet aan een kapstok, maar aan de achterkant van de keukendeur-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
frak , frak , zelfstandig naamwoord , jas (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
frak , frak , zelfstandig naamwoord, mannelijk , frakke , rokkostuum
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
frak , frak , rokkostuum
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal