elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: frot

frot , frot , m , frötje , onontwarbare knoop ’t Zât geliek op ’ne frot Alles zat in een onontwarbare knoop; 't Is mar 'ne kliêne frot. Het is maar een onooglijk mannetje; frötje onbeduidend ding, propje.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
frot , frot , prop , Ge moet in dé pépke 's ne frot dèùwe, dan bliive de mûis messchien vórt wèg. Je moet in dat gaatje eens een prop duwen, dan blijven de muizen misschien weg.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
frot , frôt , fopspeen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
frot , frôôt , in elkaar gefrommeld stukje stof
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
frot , frót , in elkaar zittend iets , ’n Frót pepier. Een verfrommeld stuk papier. Prop papier. , ’n Frót brèèjgárre. In de war zittend breigaren.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
frot , frot , zelfstandig naamwoord, mannelijk , frotte , frötje , prop
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
frot , fròt , zelfstandig naamwoord , Henk van Rijen: (textiel) verdikking in draad; knoop in haren; pukkel, puist; WBD III.4.4:312 'frot' = warboel
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal