elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: frotten

frotten , frotte , klungelen, friemelen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
frotten , [treuzelen] , frôtte , treuzelen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
frotten , frotte , werkwoord , frotj, frotdje, gefrotj , prutsen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
frotten , fròtte , zwak werkwoord , fròtte - fròtte - gefròt , frommelen; WBD III.1.2:76 'frotten' = wrijven; ook: 'ruisen, strijken'; WBD III.1.2:109' frotten' = verfrommelen; WBD III.1.4:362 'frotten' = prutsen; 367 'frotten' = slordig doen; WBD III.1.4:370 'frotten' = stuntelen; WBD III.4.4:224 'frotje' = iets kleins in zijn soort, ook 'opneukerke'; WBD III.4.4:232 'frotje1 = bobbel, ook 'bult'; WBD III.4.4:310 'gefrot' = in de war; WBD III.4.4:314 'frotten' = vermengen; Bosch frotte - frommelen; haastig in elkaar zetten (naaien); Cornelis Verhoeven:  FROTTEN ov.ww., niet 'frotteren, boenen, wrijven' als bij v.Dale, maar 'bij elkaar frommelen in een kleine ruimte, slordig opvouwen', en, onoverg. gebruikt: slecht werk afleveren. In tegenst. tot 'aankloten' hebben de woorden 'frotten' en 'modden' altijd een uitgesproken ongunstige betekenis. A.P. de Bont: frótte(n) zw.ww.intr.: tot een prop samenschieten (b.v. garen); Goem. FROTTEN - frote wkw - hard wrijven, boenen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal