elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: frunniken

frunniken , frunniken , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Veenkoloniën) = verlangend hinniken naar het veulen Dat peerd lop aal te frunniken (Vtm), zie ook frèenzen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
frunniken , frunniken , zwak werkwoord, onovergankelijk , priegelen Hij zat aal mit zien buusdouk te frunniken (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
frunniken , frunniken , pietepeuterig werk doen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
frunniken , frunnike , werkwoord , frunnik, frunnikte, gefrunnikt , punniken, priegelen Bij een borduurwerrekie met klaaine steekies mojje veul frunnike
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
frunniken , frunneke , peuteren-friemelen-frutselen, om iets in of uit elkaar te krijgen
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
frunniken , frunnike , werkwoord , frunniktj, frunnikdje, gefrunniktj , prutsen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal