elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gade

gade , ga , (vrouwelijk) , z. weerga, gade.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gade , gaaj , zelfstandig naamwoord, mannelijk , gading, zin
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
gade , gaojke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , MTW wederhelft (m.b.t. een vogelpaar); WBD III.4.1:25 'gadetje (gaaike)' (= gaojke) - wederhelft v.e. vogelpaar
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal