elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gebek

gebek , gebek , het , gesnauw Hol toch op met dat gebek, ij moet mekaar niet zo ofbekken (Val)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gebek , gebik , zelfstandig naamwoord, onzijdig , gelaat, gezicht, op 't -, gelaatstrekken, aan de
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeƫ Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal