elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gedwee

gedwee , gedwè , (bijvoeglijk naamwoord) , gedwee.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gedwee , gedwië , gedwee.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gedwee , gedwië , bijvoeglijk naamwoord , gedwiëje , gedwee
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
gedwee , gedwieë , bijvoeglijk naamwoord , gedwee, rustig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal