elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geertje

Geertje , geet , Op het Hoogeland ook verkorting voor Geertje.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Geertje , girtjes , geertjes , Ut góng’er óp és d’n duuvel óp Girtjes! Het ging er op als de duivel op Geertje. Men ging geweldig tekeer.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
geertje , gierke , geerke , gierkes/geerkes , (verkleinwoord) tweede vorm Nederweerts; driehoekig lapje stof
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal